Wijngaard - Aanplant - DruivensoortenAanplant
Riesling Teelt: Probleemloze sterke rechtopgaande groei, goede houtrijping, beste winterhardheid. Tolerant voor droogte. Weinig last van ziekten. Met name „Roten Brenner“ en steeltjesrot. Soort is voor bijna alle aanbouw en teeltmethoden geschikt. Wijn: Door vrucht en zuur is de wijn fris, levendig en elegant. Deze eigenschappen ontstaan met name door de late rijping. Riesling levert wijnen met groot potentieel en ontwikkelingsmogelijkheden. Smaken van perzik tot aalbessen. De wijnen zijn over het algemeen lang houdbaar. Met de tijd ontwikkelt zich vaak een zogenaamde Petrol-smaak. Bacchus Plant: Knoppen dicht, wit-wollig behaard. Jonge bladeren aan onderzijde wollig. Blad middelgroot, 3 tot 5 lappig. Bladnerven gedeeltelijk rood gekleurd. Bladrand is getand en spits. De druiventros is middelgroot; eerder een vaste dan open tros. Bessen zijn midelgroot, ovaal tot rond, geelgroen, lichte muskaatsmaak. Teelt: Benodigd een kwalitatief middelgoede ligging. Houdt van zwaardere grond, hoog waterverbruik. Enigszins bevallig voor oidium en phomopsis, bij hogere opbrengst ook last van steeltjesrot en botrytis. Voldoende wintervorst- vast. Komt vroeg uit, daardoor gevoelig voor vorst in mei. Hoge vruchtbaarheid, middel tot sterke groei. Mostgewichten groter dan Müller-Thurgau. Wijn: Bij hogere mostgewichten (>80) extractrijk, bloemig en vruchtvolle Muskaatsmaak en -geur. Wijnen moeten jong gedronken worden. Schönburger Kruising:Spätburgunder x IP 1 (Chasselas rosa x Muskat Hamburg) p.m. Johanniter Kruising:Riesling x ( Seyve Villard 12-481 x ( Ruländer x Gutedel)) gekruist in 1968 door Dr. J. Zimmermann Weinbauinstitut in Freiburg p.m. Gewürztraminer p.m.
Zweigelt p.m.
|
|
|---|